De eenmanszaak

De eenmanszaak is de meest eenvoudige vorm om een activiteit uit te oefenen. Er bestaan weinig beperkingen wanneer een natuurlijke persoon alleen een handels- of burgerlijke activiteit wil uitoefenen.

Elkeen heeft immers het recht handel te drijven of een vrij beroep uit te oefenen, voor zover men zich schikt naar de wetten die bepaalde bedrijvigheden regelen (bv. vestigingsattest, bekwaamheidsattest, diploma, enz.) en mits men rekening houdt met bepaalde onbekwaamheden (zoals bijvoorbeeld minderjarigheid), onverenigbaarheden (bepaalde beroepen mogen immers geen handelsactiviteit uitoefenen) en verbodsbepalingen (zoals gerechtelijke veroordelingen, bedrieglijk faillissement).

Eenheid van vermogen

Er is echter altijd een keerzijde aan de medaille: de uitoefening van een handel of vrij beroep kan kwalijke gevolgen hebben voor het patrimoniale bezit van de handelaar of vrij beroeper en zelfs voor het bezit van zijn echtgenoot. Dit komt doordat de Belgische rechtsprincipes uitgaan van het begrip “eenheid van vermogen”.

Wat betreft de beoefenaar van een vrij beroep is dit gegeven steeds aan de orde, daar hij steeds, of hij nu als eenmanszaak of onder vennootschap georganiseerd is, aansprakelijk is voor de uitoefening van zijn beroep als arts, advocaat, architect, enz.

De handelaar kan door het beginsel van “eenheid van vermogen” als natuurlijk persoon nooit beweren dat enkel zijn handelsfonds tot onderpand dient van zijn handelsschulden. In werkelijkheid staat zijn volledig vermogen, waaronder ook zijn privé bezittingen, daarvoor garant.

Aan voormeld principe van “eenheid van vermogen” zijn twee gevolgen verbonden:

  • de privé schuldeisers van de handelaar kunnen altijd hun vordering verhalen op het vermogen van de handelszaak.
  • de schulden ontstaan uit de handelsactiviteiten kunnen altijd verhaald worden op de privé goederen (woning, meubelen, persoonlijke bankrekeningen) van de handelaar.

Als de handelaar of beoefenaar van een vrij beroep gehuwd is onder een gemeenschapsstelsel, al dan niet met een huwelijkscontract, staat bovendien de volledige gemeenschap borg voor de professionele schulden, dus ook de helft die toebehoort aan de andere echtgenoot.

Sinds 2007 is er wel de wettelijke mogelijkheid voor zelfstandigen om voor een notaris een verklaring van onbeslagbaarheid van de gezinswoning af te leggen.

Het is dan ook ten zeerste aan te raden voor gehuwden, die een zelfstandige handels- of burgerlijke activiteit willen starten, om het huwelijkscontract te laten nakijken en desgevallend te wijzigen of, indien er geen huwelijkscontract is, om advies te vragen en dit vooralsnog te sluiten.
Ongehuwde handelaars of trouwlustigen, die erover denken om later eventueel een handel op te starten, gaan ook best raad vragen aan een notaris vooraleer in het huwelijksbootje te stappen.

Bij de notaris

  • Stel, u bent zelfstandige en op een dag gaat uw zaak failliet. Dan kunnen de schuldeisers ook aanspraak maken op uw privé-vermogen. Om te vermijden dat zelfstandigen in zware financiële moeilijkheden geraken, heeft de regering een nieuwe regeling in het leven geroepen, die ervoor zorgt dat de zelfstandige zijn gezinswoning veilig kan stellen tegen inbeslagnamen. De notaris legt uit.