Een plaatsbeschrijvingen: waarom, wanneer, hoe...
De plaatsbeschrijving is verplicht voor alle huurcontracten, met als enige uitzondering de pachtovereenkomsten.
De wet schept het vermoeden dat de huurder het gehuurde goed ontvangen heeft in de staat waarin het zich bevindt bij het einde van de huur, behoudens tegenbewijs, of tenzij er bij de aanvang van de huur een ‘omstandige’ plaatsbeschrijving werd opgemaakt, in welk geval de huurder het gehuurde goed moet teruggeven in de staat waarin hij het ontvangen heeft, met uitzondering van hetgeen door ouderdom, normale slijtage of overmacht is tenietgegaan of beschadigd.
Het is niet voldoende in het huurcontract te vermelden dat de huurder erkent het huis in goede staat ontvangen te hebben: dit geldt niet als plaatsbeschrijving. Het moet gaan om een ‘omstandige’ beschrijving, opgemaakt op tegenspraak, d.w.z. in aanwezigheid van beide partijen. Deze wettelijke voorschriften zijn wat men noemt “van dwingend recht”, dat wil zeggen dat men niets anders mag overeenkomen.
Op welk ogenblik moet deze plaatsbeschrijving nu worden opgemaakt?
Dit kan:
- zolang de woning niet in gebruik is genomen,
- gedurende de eerste maand waarin de woning door de huurder wordt bewoond.