48 Hoe geschiedt de schatting van de onroerende goederen in een aangifte van nalatenschap?

De aangevers moeten zelf de goederen die deel uitmaken van de nalatenschap schatten en aangeven. Zij moeten de verkoopwaarde schatten op de dag van het overlijden. Dit geldt ook voor de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk afhangen van de nalatenschap.

Het wetboek geeft geen definitie van het begrip 'verkoopwaarde'. Er doen verschillende omschrijvingen de ronde. Onder verkoopwaarde kan worden verstaan:
- de normale nettoprijs die de verkoper kan bekomen wanneer het goed in normale omstandigheden te koop gesteld wordt;
- de handelswaarde van het goed;
- de prijs die bij aanbieding tot verkopen op de voor het goed meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, op de dag dat het goed dient geraamd te worden, door de meestbiedende gegadigde zou zijn besteed.
Uit de verschillende omschrijvingen mag reeds blijken dat de verkoopwaarde geen absoluut vaststaand begrip is. Er zijn immers steeds enkele min of meer onzekere factoren: wat is de handelswaarde op de dag van het overlijden ? Wat is de meest geschikte wijze om te verkopen ? Wat is de beste voorbereiding voor een verkoop?

Wat leert de praktijk?
- Om de aangegeven verkoopwaarde van de onroerende goederen te controleren zullen de ontvangers van de registratie uitgaan van vergelijkingspunten, dit is van bekomen prijzen voor vergelijkbare onroerende goederen in de omgeving; deze waarde zal dan aangepast worden aan bijzondere objectieve elementen die de bekomen waardering nog dienen te verhogen of te verlagen (staat van het huis zoals blijkt uit een inspectie langs buiten, bijzonderheid wat betreft de ligging). Men kan pogen op een vergelijkbare wijze te werk te gaan om tot een waardering te komen.
- Wordt het goed dat van de nalatenschap afhangt kortelings na het overlijden publiek verkocht dan heeft men een betrouwbare waarde. Door het korte tijdstip van de verkoop na het overlijden kan er van uitgegaan worden dat dit ook de verkoopwaarde moet geweest zijn op datum van overlijden. Is de tekoopstelling normaal verlopen dan zal de ontvanger de waarde vrijwel zeker aanvaarden.
- De indieners van de aangifte kunnen verzoeken dat er op hun kosten een voorafgaande schatting zou geschieden. Voor het verstrijken van de periode om de aangifte in te dienen (in principe vier maanden te rekenen vanaf het overlijden) zenden zij dan een verzoek aan de ontvanger van het bevoegde registratiekantoor.
Er worden dan een of meer deskundige(n) aangesteld door de beide partijen (de aanvragers enerzijds en de administratie anderzijds) of indien er geen akkoord kan bereikt worden, door de vrederechter.
De waardering van de deskundige is bindend, zowel voor de administratie als voor de belastingplichtige. Elk beroep is uitgesloten.
De indieners kunnen overwegen om deze werkwijze te hanteren als men te maken heeft met een groot belastbaar actief dat belast wordt aan de hoogste tarieven. Dan is immers elke discussie met de administratie van de baan. Het heffen van bijrechten of boeten is dan uitgesloten, zelfs bij een verkoop tegen een betere prijs dan de geschatte waarde. Neemt de schatting te veel tijd in beslag en dreigt men buiten de indieningstermijn te geraken kan men gebeurlijk een verlenging van deze termijn vragen teneinde hoge boeten te vermijden.