Vruchtgebruik

Vruchtgebruik is het zakelijk recht om van een zaak, waarvan een ander het eigendom heeft, het tijdelijk genot te hebben. Iemand die een vruchtgebruik heeft op een goed mag tijdelijk “genieten” van de woning en de vruchten ervan opstrijken, maar moet daarbij wel de bestemming van het goed respecteren. Het vruchtgebruik wordt heel vaak gebruikt in het kader van familiale vermogensplanning. Het biedt immers een mogelijkheid om te voorzien in een levensonderhoud aan de begunstigde van het vruchtgebruik

Om te begrijpen wat het vruchtgebruik is over een goed, moet je eerst begrijpen wat het eigendomsrecht is en wat erbij komt kijken. Een eigenaar mag:

  • Over zijn goed beschikken of handelingen stellen die een invloed kunnen hebben op de waarde van het goed (bijvoorbeeld een hypotheek vestigen op een eigendomof verkopen);
  • Zijn goed gebruiken (bijvoorbeeld zelf in een huis wonen);
  • Zijn goed beheren (bijvoorbeeld een onroerend goed verhuren);
  • Genieten van zijn goed (bijvoorbeeld het opstrijken van huurgelden).
 

Dat eigendomsrecht met deze aspecten kan echter “gesplitst” worden onder de vorm van “vruchtgebruik” en “blote eigendom”.

 
  • De vruchtgebruiker mag het goed gebruiken, ervan genieten, het goed beheren maar mag er niet over beschikken.
  • De blote eigenaar mag tijdens de duur van het vruchtgebruik niet van het goed genieten en mag het niet gebruiken.
  • De blote eigenaar wordt opnieuw volle eigenaar bij het beëindigen van het vruchtgebruik.