Het levenstestament of de zorgplanning

Naast "successieplanning" kunnen mensen ook aan "zorgplanning" doen. Daarbij wordt dan niet het vermogensbeheer van een persoon op de voorgrond geplaatst, maar wel de persoonlijke zorg van de persoon. De voorafgaande wilsverklaringen in het kader van de zorgplanning worden opgesteld door de wilsbekwame patiënt die hierin zijn richtlijnen neerlegt voor medische verzorging en medische beslissingen met betrekking tot zijn persoon voor het geval hij in de toekomst zelf niet meer in staat zou zijn om op een geldige wijze zijn wil te uiten. Voorafgaandelijke wilsverklaringen kunnen zowel bij leven (bv. weigering tot reanimatie, aanduiding van een bewindvoerder) als post mortem (weigering van  orgaandonatie na overlijden of de lijkbezorging…) uitwerking hebben.

 

Het levenstestament

Ons recht kent geen duidelijke, allesomvattende definitie van het “levenstestament’. Het levenstestament wordt niet bij wet geregeld.  In het algemeen wordt een levenstestament gedefinieerd als een geschrift waarbij een persoon zijn wil en wensen uitdrukt inzake de eindfase van zijn leven, voor het geval hij als beschikker feitelijk onbekwaam zou zijn om zelf zijn wensen kenbaar te maken of zijn toestemming te geven. Het begrip “levenstestament” kan misleidend zijn: het heeft op zich niets te maken met het klassiek testament, dat een notariële akte is dat pas uitwerking krijgt na overlijden van een persoon.

Net zoals dat het geval is bij de zorgvolmacht en de verklaring van voorkeur, anticipeert het levenstestament op een heel specifieke situatie: de wilsonbekwaamheid van de te beschermen persoon. Ze vormen alle drie instrumenten die ervoor zorgen dat een persoon anticipatief zijn vermogen en zijn persoon kan beheren.

 

Let wel, de zorgvolmacht mikt eerder op het anticipatief beheren van een vermogen. De verklaring van voorkeur heeft betrekking op de keuze van de bewindvoerder en de richtlijnen met betrekking tot zijn opdracht.

 

Negatieve voorafgaande wilsverklaring

Een patiënt kan op schriftelijke wijze meegeven dat hij of zij zijn toestemming tot een welomschreven tussenkomst of behandeling van de beroepsbeoefenaar (de arts) weigert. Deze weigering moet door de artsen geëerbiedigd worden zolang de patiënt ze niet herroept op een moment dat hij in staat is zijn rechten zelf uit te oefenen. De beslissing om een behandeling of een medische tussenkomst te weigeren moet uit vrije wil genomen worden door de patiënt, zonder externe dwang. De wilsverklaring moet de geweigerde handelingen omschrijven, zodat er voldoende duidelijkheid over is. Er bestaan vooralsnog geen regels tot de registratie of de bewaring van een negatieve voorafgaande wilsverklaring.

Het is aangewezen om een kopie van de negatieve voorafgaande wilsverklaring mee te geven aan een onafhankelijke getuige (bv. een arts). Zo ontstaat er later geen onduidelijkheid.

 

De wilsverklaring inzake euthanasie

Volgens de Euthanasiewet is “euthanasie mogelijk wanneer de patiënt zich in een medisch uitzichtloze toestand bevindt van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet kan worden gelenigd en het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening en waarbij de specifieke in de wet voorgeschreven voorwaarden en procedures dienen worden nageleefd”. Een wilsbekwame patiënt kan op actieve wijze en rechtstreeks aan de arts een verzoek tot euthanasie indienen, maar kan ook preventief (en zolang hij wilsbekwaam is) een wilsverklaring inzake euthanasie opstellen, voor het geval hij later zou voldoen aan de voorwaarden om ge-euthanaseerd te worden, maar niet meer in staat zou zijn om dit te vragen.

Deze wilsverklaring moet schriftelijk opgesteld worden door een handelingsbekwame meerderjarige of ontvoogde minderjarige. Hieronder vindt u een modeldocument. De wet bepaalt dat de wilsverklaring opgemaakt moet worden ten overstaan van twee meerderjarige getuigen, van wie minstens één geen materieel belang heeft bij het overlijden van de betrokkene. Daarnaast moet de wilsverklaring gedateerd en ondertekend te worden door degene die de verklaring aflegt, door de getuigen en, in voorkomend geval door de vertrouwensperso(o)n(en) (zie verder). Uitzonderlijk, en onder strikte voorwaarden, kan beroep gedaan worden op een derde-opsteller indien de patiënt zelf niet meer in staat is om zijn euthanasieverklaring op te stellen. De derde-opsteller mag geen materieel belang hebben bij het overlijden van een persoon, wat meteen ook de reden is waarom het beter is om deze taak niet aan familieleden toe te kennen .

Daarnaast kan de patiënt ook een vertrouwenspersoon aanduiden. De voornaamste opdracht van de vertrouwenspersoon betreft het informeren van de arts van het bestaan van de wilsverklaring en de wil van de patiënt.

Zo'n wilsverklaring is maximaal 5 jaar geldig. Ze moet dus tijdig vernieuwd worden.

 
 

Meer informatie over zorgplanning kan je o.a. terugvinden op www.leif.be