De punctuele erfovereenkomst

Naast de globale erfovereenkomsten, kunnen mede-erfgenamen ook welbepaalde “punctuele” erfovereenkomsten opstellen. De punctuele erfovereenkomsten zijn overeenkomsten die het voor toekomstige erfgenamen mogelijk maken bepaalde afspraken te maken of beslissingen te nemen over zeer specifieke aspecten van een schenking of een erfenis. Iedereen rond de tafel verzamelen is hier niet nodig.

 

Wat kan men zoal regelen in een punctuele erfovereenkomst?

Eerst en vooral kunnen erfgenamen samen de waarde van een welbepaalde schenking vastleggen. De waarde van een schenking is van belang bij successieplanning, aangezien deze in principe aangerekend worden op het erfdeel van het (door de schenking) begunstigde kind. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de waarde van een schenking vandaag voor veel discussie kan zorgen. Dankzij een punctuele erfovereenkomst kunnen broers en zussen, op voorhand en onder elkaar, hierover duidelijkheid scheppen zodat men achteraf niet voor verrassingen komt te staan.

 

Een ander voorbeeld van een punctuele erfovereenkomst is de verzaking aan de vordering tot inkorting met betrekking tot een bepaalde schenking. Ieder kind heeft recht op een minimum erfdeel, de zogenaamde “reserve”. Wordt een reserve door een schenking aangetast, dan kan het benadeelde kind de inkorting vorderen. De schenking wordt dan gekortwiekt of verrekend ten belope van het overschreden deel. In de toekomst zal ieder kind op voorhand zelf kunnen kiezen om géén inkorting te vorderen van een bepaalde schenking voor het geval zijn reserve hierdoor zou zijn aangetast.

 

Daarnaast geeft een punctuele overeenkomst ook mogelijkheden voor grootouders die willen schenken aan hun kleinkinderen (“de vrijwillige generatiesprong”).

 

Voorbeeld

Jan heeft drie kinderen: Julie, Céline en Tom. Tom en Julie hebben allebei mooie studies achter de rug. Ze hebben stabiel werk, een mooi gezin… kortom, ze komen niets tekort. Voor Céline zijn de zaken wat ingewikkelder. Ze heeft een fysieke handicap, waardoor haar toekomst op de arbeidsmarkt onzeker is. Jan is niet overtuigd dat Céline ooit zelf in haar levensonderhoud zal kunnen voorzien. Hij ziet zijn drie kinderen uiteraard even graag, maar het hele gezin beseft dat Céline ondersteuning nodig heeft, ook op financieel vlak. Daarom wil Jan een groot deel bij leven schenken aan Céline. Op die manier is hij zeker dat zijn dochter een appeltje voor de dorst heeft. Tom en Julie hebben veel begrip voor deze situatie en aanvaarden dat hun vader zo’n schenking wenst te doen aan Céline, zelfs als deze hun erfrechtelijke “reserve” zou aantasten...