De anticipatieve inbreng

Ongehuwde partners die samen een goed hebben aangekocht, kunnen vóór het aangaan van een huwelijk - voor zover zij elk exclusief en ten belope van gelijke delen volle eigenaar zijn van de woning (50/50) - in de aankoopakte een verklaring van anticipatieve inbreng laten opnemen. Dankzij deze verklaring zal het goed, op het moment van hun huwelijk, automatisch tot het gemeenschappelijk vermogen behoren. De inbreng zal dus niet meer moeten gebeuren via een huwelijkscontract, wat in sommige gevallen bepaalde kosten kan besparen voor de koppels.

 

Waarom een goed inbrengen in een gemeenschappelijk vermogen?

Ongehuwde koppels die samen een goed bezitten, bezitten dat goed in onverdeelde eigendom. Ze zijn ‘mede-eigenaars’, elk voor een deel van het goed. Dat betekent ook dat indien één van hen sterft, zijn of haar erfgenamen recht hebben op dat deeltje van het goed.

Een goed dat in een gemeenschappelijk vermogen ingebracht werd, heeft echter meer mogelijkheden. Het gemeenschappelijk vermogen bestaat immers in functie van het huwelijk. Met betrekking tot deze goederen kunnen - in tegenstelling tot goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan de partners – bepaalde clausule toegevoegd worden die een beschermingseffect hebben, zoals een keuzebeding. Deze clausules zorgen er in de meeste gevallen voor dat de langstlevende partner de volle eigendom van een goed kan verkrijgen, wanneer de andere partner zou komen te overlijden.

Het kunnen beschermen van je huwelijkspartner is juist de reden dat veel mensen een goed in hungemeenschappelijk vermogen willen inbrengen.

 

Sinds 1 september 2018 kunnen ongehuwde samenwonenden anticiperen op deze bescherming en een clausule van ‘anticipatieve inbreng’ voorzien in de aankoopakte van hun woning.