Hulp en bijstand

Echtgenoten zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. De verplichting om elkaar te helpen en elkaar ”het nodige” te verschaffen, kan doorwerken na een echtscheiding, in de vorm van een alimentatie.

De echtgenoten moeten - naar evenredigheid van hun vermogen - bijdragen in de lasten van het huwelijk. Ze zijn verplicht om hun inkomsten bij voorrang te besteden aan hun bijdrage in de lasten van het huwelijk. Ongehuwd samenwonenden hoeven dat niet te doen, tenzij de partners hierover schriftelijke afspraken hebben gemaakt. Wettelijke samenwoners moeten echter ook elk naar evenredigheid van hun middelen, bijdragen in de kosten van het samenwonen.

 

Los van een specifieke samenlevingsvorm, moeten alle ouders naar evenredigheid van hun middelen zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en persoonlijke ontplooiing van hun kind. De verplichting om te zorgen voor de opleiding loopt zolang deze opleiding niet is voltooid. De meerderjarigheid van het kind speelt daarbij geen rol.

 

Voor gehuwden geldt een specifieke regel voor het geval een stiefouder alleen in de opvoeding van het kind (of de kinderen) van de vooroverleden echtgeno(o)t(e) moet voorzien. In zo’n geval zal de stiefouder nog moeten voorzien in de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en persoonlijke ontplooiing van het kind, binnen de grenzen van hetgeen de langstlevende echtgeno(o)t(e) heeft geërfd of heeft verkregen van de eerststervende echtgeno(o)t(e).