De eenmanszaak

De eenmanszaak is de meest eenvoudige vorm om een activiteit uit te oefenen. Er bestaan weinig beperkingen wanneer een natuurlijke persoon alleen een economische activiteit wil uitoefenen.

Elkeen heeft immers het recht om te ondernemen, voor zover men zich schikt naar de wetten die bepaalde bedrijvigheden regelen (bv. vestigingsattest, bekwaamheidsattest, diploma, enz.) en mits men rekening houdt met bepaalde onbekwaamheden (zoals bijvoorbeeld minderjarigheid), onverenigbaarheden (bepaalde beroepen mogen immers geen economische activiteiten uitoefenen) en verbodsbepalingen (zoals gerechtelijke veroordelingen, bedrieglijk faillissement).

Ondernemen is een ruim begrip en omvat bijvoorbeeld ook het uitoefenen van een vrij beroep

 

Eenheid van vermogen

Er is echter altijd een keerzijde aan de medaille: de uitoefening van een ondernemingsactiviteit kan kwalijke gevolgen hebben voor het vermogen van de ondernemer en zelfs voor het vermogen van zijn echtgenoot. Dit komt doordat de Belgische rechtsprincipes uitgaan van het begrip “eenheid van vermogen”.
Dat betekent dat schuldeisers geen onderscheid maken tussen het vermogen van de ondernemer en dat van de onderneming zelf. Alles vormt één geheel.
De ondernemer kan door het beginsel van “eenheid van vermogen” als natuurlijk persoon nooit beweren dat enkel zijn handelsfonds tot onderpand dient van zijn professionele schulden. In werkelijkheid staat zijn volledig vermogen, waaronder ook zijn privé bezittingen, daarvoor garant.

Wat betreft de beoefenaar van een vrij beroep is dit gegeven steeds aan de orde, want hij steeds, of hij nu als eenmanszaak of onder vennootschap georganiseerd is, aansprakelijk is voor de uitoefening van zijn beroep als arts, advocaat, architect, enz.

 

 

Aan voormeld principe van “eenheid van vermogen” zijn twee gevolgen verbonden:

  • de privé schuldeisers van de ondernemer kunnen altijd hun vordering verhalen op het vermogen van de onderneming.
  • de schulden ontstaan uit de economische activiteiten kunnen altijd verhaald worden op de privé goederen (woning, meubelen, persoonlijke bankrekeningen) van de ondernemer.

Als de ondernemer gehuwd is onder een gemeenschapsstelsel, al dan niet met een huwelijkscontract, staat bovendien het volledige gemeenschappelijk vermogen borg voor de professionele schulden, dus ook de helft die toebehoort aan de andere echtgenoot.

Om een minimale bescherming te voorzien is er wel de mogelijkheid voor zelfstandigen met een eenmanszaak om voor een notaris een verklaring van onbeslagbaarheid van de gezinswoning af te leggen.

Het is dan ook ten zeerste aan te raden voor gehuwden, die een zelfstandige economische activiteit willen starten, om het huwelijkscontract te laten nakijken en indien nodig te laten aanpassen.  Indien er geen huwelijkscontract is, kunnen ongehuwde ondernemers of trouwlustigen, die erover denken om later eventueel een handel op te starten, gaan ook best raad vragen aan een notaris vooraleer in het huwelijksbootje te stappen.

 

Bij de notaris

  • Stel, u bent zelfstandige en op een dag gaat uw zaak failliet. Dan kunnen de schuldeisers ook aanspraak maken op uw privé-vermogen. Om te vermijden dat zelfstandigen in zware financiële moeilijkheden geraken, heeft de regering een nieuwe regeling in het leven geroepen, die ervoor zorgt dat de zelfstandige zijn gezinswoning veilig kan stellen tegen inbeslagnamen. De notaris legt uit.