Het financieel plan

Sinds 1 mei 2019 kunnen vennootschappen ‘theoretisch’ gezien een onderneming oprichten, zonder dat ze beperkt worden door een verplicht minimumkapitaal. Uiteraard zullen de oprichters in de praktijk toch voldoende kapitaal moeten voorzien. De vennootschap moet dan ook over een voldoende kapitaal beschikken voor de normale uitoefening van haar activiteit.

 

Dit is de reden waarom de wetgever de oprichters van de nv, de bv en de cv verplicht een financieel plan op te stellen waarin het maatschappelijk kapitaal van de op te richten vennootschap wordt verantwoord voor een bedrijfsuitoefening van minstens twee volledige boekjaren.

De oprichters dragen de oprichtersaansprakelijkheid voor deze cijfers tot drie jaar na de oprichting. Het financieel plan moet eveneens uiterlijk bij de ondertekening van de oprichtingsakte aan de notaris overhandigd worden.

 

Sinds de hervorming van het vennootschapsrecht en de afschaffing van de verplichting om een minimumkapitaal te voorzien, ligt de lat voor het financieel plan wel een stuk hoger. Net zoals vandaag zal het financieel plan de toetssteen voor aansprakelijkheid blijven, maar de voorwaarden waaraan het moet voldoen (een doordacht model, steekhoudende prognoses....) worden verankerd in de wet.

Het financieel plan is een vertrouwelijk document dat door de notaris in bewaring wordt genomen en dat enkel in geval van faillissement door de rechtbank bij de notaris opgevraagd kan worden.

 

De financiële drempel van een minimumkapitaal te voorzien bestaat sinds 1 mei 2019 niet meer, maar oprichters van een bv en nv moeten nog steeds voldoende kapitaal voorzien. Tegenover deze grotere flexibiliteit staat wel dat de vereisten met betrekking tot het financieel plan strenger geworden zijn. Transparantie over de financiële situatie van een bv en nv wint dus aan belang.