De successietarieven

Wie van je erft is één zaak, hoeveel je erfgenamen zullen betalen aan belastingen bij het erven van je nalatenschap een andere. Deze vraag wordt niet federaal geregeld; de gewesten kunnen hun eigen fiscale tarieven hanteren. Deze tarieven zijn gekoppeld aan belastingschijven die de gewesten eveneens vrij kunnen bepalen. Resultaat hiervan is dat erven in het ene gewest wat duurder kan zijn dan het andere.

Heeft u geërfd van een erflater die zijn woonst in België had, dan zal u successierechten moeten betalen. In Vlaanderen spreekt men van de “erfbelasting”. Op basis van een aangifte van nalatenschap zal de ontvanger de verschuldigde rechten berekenen en het aandeel van elke erfgenaam of legataris (dit is de persoon die iets verwerft krachtens een testament) bepalen.

 

Om het juiste tarief te kennen, moet worden nagegaan in welk gewest de erflater in de laatste 5 jaar het langst zijn woonplaats had. De toepasselijke regels verschillen immers voor het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk  Gewest.

 

Wat bedoelen we met “woonplaats”?

Met woonplaats bedoelen we de effectieve, voortdurende en feitelijke woonplaats van de overledene. Het is de plaats waar de erflater zijn haard (domus), zijn familie, zijn thuis en het centrum van zijn private werkzaamheid en gevoelsleven had. Meestal valt deze feitelijke woonplaats samen met de wettelijke, ‘officiële’ woonplaats. Dat is waar de erflater ingeschreven was in het bevolkingsregister.

 

En de niet-rijksinwoners?

De niet-rijksinwoner heeft op het ogenblik van zijn overlijden zijn domicilie of zetel van zijn vermogen in het buitenland. Zijn nalatenschap ondergaat een bijzonder soort successierecht, het ‘recht van overgang bij overlijden’. Die erfenis is enkel onderworpen aan een belasting op het bruto Belgisch onroerend vermogen. 
De schulden die nog op het vermogen drukken, zelfs hypothecair gewaarborgde schulden, mag de niet-rijksinwoner slechts in aftrek brengen onder bepaalde voorwaarden.