De interesten of de rente

Geld lenen kost ook geld. Maar lenen is vaak de enige manier om een eigen huis te kunnen kopen. De dienstverlening van de banken is niet gratis: als compensatie vragen banken een rente.

 

Wat is "rente"?

Rente is de vergoeding die de financiële instelling ontvangt voor het ter beschikking stellen van geld aan de ontlener. Het wordt uitgedrukt in percentage en wordt berekend voor een bepaalde periode (per jaar, per kwartaal, per maand...) op het bedrag dat nog moet worden terugbetaald. Een maandelijkse rente van 0,3% voor een kapitaal van 10.000 euro betekent dus dat de ontlener maandelijks een rente van 30 euro zal moeten betalen.

De rentevoet en de berekeningswijze worden vrij bepaald in de leningsovereenkomst. De wet verbiedt echter om gebruik te maken van de zwakte, de onwetendheid of de noden van de schuldenaar om een buitensporige rente van hem te eisen. De rechtbank zou de rentevoet zelfs eigenmachtig kunnen verlagen als zij die veel te hoog acht. Rente is in zekere zin “geldhuur”. De rentevoet kan vast, variabel of zelfs semi-variabel zijn.

 

Welke rentevoeten zijn er?

1. Vaste rentevoet

Een vaste rentevoet is een rentevoet die onveranderlijk blijft gedurende de volledige looptijd van de lening, ongeacht de evolutie van de marktrente. Dat is de gedroomde formule wanneer de rentevoeten laag zijn aangezien een plotse stijging van de rente geen invloed zal hebben op jouw situatie. Bij een algemene renteverlaging blijf je  wel verplicht om de contractueel voorziene rente verder te betalen. Als het tarief dat door de financiële instelling wordt toegepast, stijgt, zullen de ontleners steeds de overeengekomen rente betalen. Als de rente echter daalt, kunnen zij de financiële instelling altijd vragen om het tarief naar beneden te herzien.

Bijvoorbeeld: je sluit een krediet af van 100.000 euro met een vaste rentevoet van 5% per jaar, over een looptijd van 20 jaar. Na 5 jaar bedraagt de rente 7% en 5 jaar later opnieuw 3%. Je zal altijd 5% betalen.

2. Variabele rentevoet

De variabele rentevoet past zich aan de marktevolutie aan. Dat betekent dat na afloop van een bepaalde initieel overeengekomen periode de financiële instelling haar rentevoet kan aanpassen naargelang de evolutie van de marktrentes. De rentevoet kan jaarlijks, om de drie jaar, om de vijf jaar of aan elke andere frequentie aangepast worden. Die formule is interessant wanneer de tarieven hoog zijn. Het is echter raadzaam om de mogelijke verhoging te beperken tot een bepaald plafond.

De wet heeft hier garanties geboden om zowel degene die leent als de financiële instelling te beschermen tegen een te grote variabiliteit (en de impact ervan te beperken):

  • Alle kredietovereenkomsten moeten voorzien in een minimum- en maximumrente.

  • De renteaanpassing moet plaatsvinden op vooraf bepaalde tijdstippen, met een maximum van één keer per jaar (de rentevoet kan dus nooit meer dan één keer per jaar worden aangepast).

  • Gedurende de eerste drie jaar mag de stijging niet meer dan 2% bedragen.

Bijvoorbeeld: je gaat een krediet aan van 100.000 euro over een looptijd van 20 jaar. De aanvangsrente bedraagt 5% per jaar, herzienbaar om de 5 jaar. Als binnen 5 jaar de actuele rente 7% bedraagt, dan stijgt je rentevoet van 5 naar 7%. Als 5 jaar later de actuele rente weer 5% bedraagt, dan daalt je rentevoet van 7 naar 5%. Het voordeel is dat je krediet goedkoper kan uitvallen dan verwacht, wat altijd mooi meegenomen is. Omgekeerd heeft de variabele rentevoet als nadeel soms hoger te zijn dan de vaste rentevoet.

3. Semi-variabele rentevoet

Er bestaat ook een formule met een semi-variabele rentevoet: gedurende een eerste periode (bijvoorbeeld 10 jaar voor een lening van 15 of 20 jaar), blijft de rentevoet vast. Vervolgens kan de rentevoet herzien worden.

Het is nogmaals van essentieel belang om vooraf inlichtingen in te winnen.

De rentevoet is niet wettelijk vastgelegd: het zijn de financiële instellingen die voorstellen doen op basis van de markt en de waarborgen die hen worden verleend. Wanneer de instelling meer risico loopt omdat de waarde van de waarborg onvoldoende is, wordt de rentevoet verhoogd. Wanneer ontleners een lening van 150.000 euro aanvragen, met als waarborg een hypotheek op een huis ter waarde van slechts 125.000 euro, dan gaat het om een lening van 120% in vergelijking met de waarde van de waarborg. Aangezien het risico dan hoger is, zal de rente hoger zijn. Omgekeerd, wanneer zij daarentegen slechts 75.000 euro vragen, zal de lening 60% van de verkoopwaarde bedragen en zal de aangeboden rentevoet lager zijn, aangezien de bank amper risico loopt.

Het contract kan ook voorzien in een verhoging in geval van niet-betaling; die verhoging mag echter niet hoger zijn dan een half procent per jaar.

Ontleners moeten zich niet alleen focussen op de rentevoet om de verschillende voorgelegde voorstellen met elkaar te vergelijken. Zo kan een rentevoet van 7,5%, raar maar waar, duurder uitvallen dan een rentevoet van 8%: alles hangt af van de berekeningsgrondslag voor de rentevoet, het soort terugbetaling dat wordt voorgesteld of de impact van de verschillende voorgestelde kortingen.

Voor je een verbintenis aangaat, raadpleeg je dus best een volledig onafhankelijke adviseur!