Kandidaat-notaris

Om notaris te worden moet men eerst tot kandidaat-notaris worden benoemd. Jaarlijks wordt slechts een beperkt aantal gegadigden tot kandidaat-notaris benoemd. Voor het jaar 2010 werd het quotum vastgesteld op 90 (in 2001 ging het om 115 kandidaat-notarissen, in 2002 om 80, vanaf 2004 tot 2009 om 60). Zoals vereist door de wet, werd dit aantal bij koninklijk besluit verdeeld over de Nederlandstalige en de Franstalige kandidaten, op basis van een advies dat door elke benoemingscommissie wordt uitgebracht. Deze adviezen houden rekening met de objectieve criteria, vermeld in de wet.

In 2009 betekent dit : 36 kandidaat-notarissen voor de Nederlandse taalrol en 24 voor de Franse taalrol.

Jaarlijks vergelijkende proeven

Om tot kandidaat-notaris benoemd te worden zal een master in het notariaat (5 jaar rechten + 1 jaar notariaat) na zijn stage eerst moeten slagen voor een (vergelijkende) schriftelijke en mondelinge proef, die elk jaar georganiseerd worden voor het klasseren van de kandidaat-notarissen. Daarna wordt hij in nuttige orde geklasseerd op basis van zijn uitslagen op deze proeven en op basis van twee adviezen, één van de procureur des Konings, het andere van het provinciale adviescomité van notarissen (of van het Gewest voor Brussel-Hoofdstad), uit de provincie waar hij werkzaam is in het notariaat of waar hij het laatst gewerkt heeft.

De Benoemingscommissies voor het notariaat organiseren de vergelijkende proeven jaarlijks. Vergelijkende proef betekent 'selectie' van de besten, dus geen examen zoals op de universiteit waar een bepaald percentage volstaat om te slagen. Slechts het beperkte aantal, dat in nuttige orde gerangschikt werd door de Benoemingscommissies, wordt vervolgens zonder meer door de Koning benoemd tot kandidaat-notaris.