28

Wat gebeurt er met de erfenis van een ongehuwd persoon zonder nakomelingen en zonder testament?

Een ongehuwde persoon, zonder nakomelingen noch broers of zusters, komt te overlijden zonder testament. Naar wie gaat zijn erfenis ?

Om hierop te antwoorden, moet men een onderscheid maken tussen twee gevallen:
- de overledene laat ascendenten na (vader en/of moeder of grootouders);
- de overledene laat enkel zijverwanten, ook collateralen genoemd na (ooms en/of tantes, neven of nichten, grootooms en/of groottantes).

Eerste geval
Heeft de overledene geen afstammelingen, noch echtgenoot, noch broers en zusters, noch neven en nichten, dan gaat de nalatenschap naar de ascendenten.
Indien vader en moeder beiden in leven zijn, dan erven zij ieder de helft van de nalatenschap.
De grote regel in dit geval is de splitsing (in beroepstaal kloving genoemd). De aan de ascendenten toegewezen nalatenschap wordt gesplitst : de ½ voor de vaderlijke tak en de ½ voor de moederlijke tak. Die onderscheiden helften gaan in elke tak naar de naaste ascendent. Zo kan de ½ voor de vaderlijke tak toekomen aan de vader (die zijn eigen ouders uitsluit) en de ½ van de moederlijke tak toekomen aan de grootouders (bij vóóroverlijden van de moeder).

Ingeval in één tak geen ascendenten in leven zijn, dan gaat de aan deze tak toegewezen ½ eerst naar de zijverwanten van die tak (zie verder 2de geval).

Ingeval ook in die tak geen zijverwanten te vinden zijn, dan alleen gaat deze volledige ½ naar de ascendenten (of subsidiair de zijverwanten) van de andere tak. De splitsing voorkomt dat een naaste erfgenaam van één tak alle goederen zou erven die de overledene bv. geërfd heeft van een verwant van de andere tak. Zo wordt vermeden dat de ene tak zich zou verrijken ten koste van de andere.

Tweede geval
Heeft de overledene geen ascendenten meer in leven, dan gaat de nalatenschap naar de zijverwanten.

Ook hier geldt de grote regel van de splitsing : de ½ gaat naar de zijverwanten van de moederlijke tak en de ½ naar de zijverwanten van de vaderlijke tak. In elke tak sluit de naaste zijverwant de verdere uit.
De zijverwanten van dezelfde graad in één tak verdelen ieder voor een gelijk deel (bij hoofd). Bij ontstentenis van zijverwanten uit één tak gaat de hele nalatenschap naar de andere tak.

Plaatsvervulling:
De wet beperkt het erven tot de 4de graad van zijverwantschap. Verdere verwanten kunnen niet meer erven, tenzij bij plaatsvervulling.

Ingevolge de plaatsvervulling schuift men één of meer graden op en neemt men aldus de plaats in van een andere 'nadere maar vóóroverleden' erfgerechtigde. Plaatsvervulling geldt enkel voor de wettige afstammelingen van de kinderen, de broers en zusters, of de ooms en tantes van de overledene.

Onbeheerde nalatenschap:
Wanneer zich niemand aanmeldt om de nalatenschap aan te nemen, hetzij:
- omdat er niemand wettelijk toe gerechtigd is (bij gebrek aan verwanten in erfelijke graad);
- omdat alle erfgerechtigden de nalatenschap verwerpen;
dan vervalt deze aan de Staat. Het wordt dan wat men noemt : een onbeheerde nalatenschap.