Sociale zekerheid

Onderwerping van de vennootschap

De Wet van 30 december 1992 heeft de vennootschappen verplicht zich te onderwerpen aan het sociaal statuut van de zelfstandige en een enige bijdrage te betalen.

Er is een vrijstelling voorzien in geval van faillissement, concordaat na faillissement, een vereffening die regelmatig is bekendgemaakt en ook onder bepaalde strikte voorwaarden voor nieuw opgerichte ondernemingen.

Onderwerping van de zaakvoerders en bestuurders

De wet heeft een onomkeerbaar vermoeden vastgelegd: de uitoefening van een mandaat als bestuurder of zaakvoerder, zelfs kosteloos, in een vennootschap die zich bezighoudt met een uitbating of met verrichtingen met een winstgevend doel, wordt vermoed de uitoefening te zijn van een activiteit die de onderwerping aan de sociale statuten met zich meebrengt.

Dat heeft tot gevolg dat de bestuurders en zaakvoerders van een nv, bvba en cvba onderworpen zullen zijn aan het sociaal statuut van zelfstandige in hoofdberoep, wanneer het mandaat wordt uitgevoerd met uitsluiting van enig ander professionele activiteit en als bijberoep indien een andere activiteit wordt uitgeoefend die recht geeft op een wettelijk pensioen in een ander regime van de sociale zekerheid. In bepaalde gevallen kunnen deze mandatarissen vrijgesteld worden van bijdragen door de RSVZ.