De vennootschapsvorm

Indien een onderneming beslist haar activiteiten uit te oefenen onder de vorm van een vennootschap, rijst de vraag welke vennootschapsvorm het best past bij haar doelstellingen en verwachtingen.
Het antwoord op deze vraag hangt af van het antwoord op een aantal andere vragen. Wat zal de aard zijn van de activiteiten? Is er een groot ondernemingsrisico? Wenst men een grote statutaire vrijheid? Wenst men eerder een besloten dan wel eerder een open samenwerkingsverband?

Doorgaans zal de ondernemer wensen dat zijn vennootschapsvorm alvast aan de twee hiervoor besproken criteria van rechtspersoonlijkheid en beperkte aansprakelijkheid voldoet.

Drie vennootschapsvormen voldoen aan beide criteria voor alle oprichters: de naamloze vennootschap (nv), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba) en de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba). Het zijn dan ook de meest voorkomende vennootschapsvormen.

In deze rubriek op notaris.be zal dan ook voornamelijk aan deze drie vennootschapstypes aandacht worden geschonken.

Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was van de wetgever om aan de nv, de bvba en de cvba eigen kenmerken toe te kennen, zijn deze vennootschapsvormen zowel vanuit economisch, als vanuit juridisch oogpunt, naar elkaar toegegroeid en zijn de verschillen steeds kleiner geworden. De wetgever heeft immers willen vermijden dat de keuze van de vennootschapsvorm enkel  ingegeven zou zijn om zich aan bepaalde dwingende rechtsregels te onttrekken.