Nieuw in Ondernemen
29 juli 2015

Een VZW oprichten?

Stel, je komt iedere week samen met een groepje vrienden. Samen delen jullie een gemeenschappelijke passie, bijvoorbeeld kunst in de stad. Met het oog op het uitbreiden van het clubje denk je dat het beter zou zijn om te werken met een meer georganiseerde structuur. Op termijn willen jullie immers tentoonstellingen organiseren, zalen afhuren of, wie weet, zelf een locatie kopen. Om de vereniging draaiende te houden denk je aan het oprichten van een vzw… waarmee moet je rekening houden?

Indien je gewoon samenkomt met een groep, zonder dat er sprake is van rechtspersoonlijkheid, dan spreekt men van een “feitelijke vereniging”. Wil je een meer gestructureerde verenigingsvorm met oprichters, statuten en een algemene vergadering, dan moet je een vzw oprichten. Opgelet, een vzw heeft wél rechtspersoonlijkheid. Dit betekent dat de vzw die je wil oprichten door de buitenwereld zal gezien worden als een “fictieve” persoon met eigen rechten, verplichtingen, een eigen vermogen en… eigen schuldeisers. Dit kan een voordeel zijn. Schuldeisers van de vzw gaan zich eerst moeten verhalen op het vermogen van de vzw. Doordat jouw vermogen afgescheiden wordt van het vermogen van de vzw, is jouw aansprakelijkheid in zekere zin beperkt.

Het doel van een vzw
Een vzw moet een niet-commercieel doel hebben. Betekent dit dat een vzw geen opbrengsten mag voortbrengen? Nee, niet helemaal. Opbrengsten zijn nodig om de organisatie draaiende te houden. Een vzw is echter geen vennootschap. De opbrengsten moeten daarom bijkomstig zijn aan het hoofddoel. Daarom mag er ook geen sprake zijn van winstuitkeringen aan de leden van de vzw.

Hoe het doel in de statuten is omschreven, is van groot belang. Ga er niet van uit dat je een statutair doel kunt aanduiden, om dan in werkelijkheid een andere activiteit uit te oefenen. Vaak wil men het vzw statuut behouden omdat dit fiscaal interessant is. Een vzw die zich louter met commerciële activiteiten bezighoudt, ondanks hetgeen aangeduid wordt in het statutair doel, kan ontbonden worden. Bovendien kan je hiervoor persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Speel dus niet met vuur en oefen ook werkelijk de activiteiten uit die omschreven zijn in de statuten.

De statuten van de vzw
De statuten spelen bij een vzw een cruciale rol. Ga nauwkeurig te werk bij de opstelling van de statuten. Ze moeten voldoen aan tien voorwaarden die beschreven staan in artikel 2 van de vzw-wet. De vzw zal haar rechtspersoonlijkheid slechts kunnen krijgen als de statuten op geldige wijze zijn opgesteld. Ze krijgt rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten, de akten betreffende de benoeming van de bestuurders en van de personen gemachtigd om de vereniging te vertegenwoordigen, worden neergelegd bij de griffie van de Rechtbank van Koophandel van het gerechtelijk arrondissement waar de vzw haar zetel heeft.

Daarnaast moet de vzw ook een ondernemingsnummer krijgen en dient er een publicatie te gebeuren van de statuten, de bestuurders (en eventueel de gemachtigden), de commissarissen en het dagelijks bestuur in het Belgisch Staatsblad.

Naar de notaris?
Om een VZW op te richten heb je een oprichtingsakte nodig. Deze kan een onderhandse akte zijn, zodat een tussenkomst van een notaris op zich niet verplicht is. Nochtans kan het sterk aangewezen zijn om beroep te doen op een notaris. Enerzijds omdat een tussenkomst van de notaris hoe dan ook verplicht is wanneer onroerende goederen in de vzw worden ingebracht, en anderzijds omdat het essentieel is dat de statuten en de oprichtingsakte volledig en duidelijk opgesteld worden.

De vzw is een rechtsvorm die bescherming kan verlenen aan haar leden doordat hun aansprakelijkheid beperkt wordt en hun vermogen wordt afgescheiden van het vermogen van de vzw zelf. Daarom is het een aangewezen verenigingsvorm wanneer er een nood ontstaat aan financiële verbintenissen, zoals het afsluiten van een huur-of verkoopovereenkomst. Anderzijds brengt de oprichting van een vzw boekhoudkundige, administratieve en fiscale verplichtingen met zich mee.

 

 

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat