Het wettelijk stelsel

Elk huwelijk is onderworpen aan een huwelijksvermogensstelsel, ook indien er geen huwelijkscontract werd afgesloten.
Indien koppels géén huwelijkscontract hebben afgesloten, vallen ze onder het wettelijk stelsel en dit vanaf de dag van hun burgerlijk huwelijk.

In een wettelijk stelsel zijn er drie vermogens: één gemeenschappelijk vermogen en twee aparte, eigen vermogens. Erg vereenvoudigd kan men zeggen dat het wettelijk stelsel door vier basisregels beheerst wordt.

Eigen goederen

  • alle goederen die de echtgenoten al bezaten van vóór het huwelijk (bv. de auto van de ene echtgenoot, een bouwgrond die of huis dat aangekocht werd vóór het huwelijk…)
  • goederen uit erfenissen en uit schenkingen
 

Eigen schulden

  • de schulden die men had vóór het huwelijk
  • de schulden die verbonden zijn aan een erfenis of een schenking (zoals de verschuldigde successierechten en schenkingsrechten);
 

Gemeenschappelijke goederen

  • alle inkomsten die verworven worden tijdens het huwelijk, zowel de beroepsinkomsten (lonen, wedden, werkloosheidsuitkeringen…) als de eigen inkomsten (bijvoorbeeld de huurgelden van een eigen aangekochte woning, de effecten die men reeds vóór het huwelijk bezat)
  • alle goederen waarvan niet kan bewezen worden dat ze eigendom zijn van één van de echtgenoten
  • samen aangekochte goederen (zoals de woning die werd gekocht)
 

Gemeenschappelijke schulden

  • de schulden die zijn aangegaan door beide echtgenoten
  • de schulden aangegaan ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de kinderen
  • de schulden die zijn aangegaan in het belang van de goederen in het gemeenschappelijk vermogen
 

Er gelden bepaalde regels in verband met het bestuur en het beheer van goederen en het bewijs van de eigendom.