15 Wie kan een vermindering van onroerende voorheffing bekomen?

De onroerende voorheffing is een jaarlijkse belasting geheven op het kadastraal inkomen van de in België gelegen onroerende goederen, namelijk op de forfaitair vastgestelde netto-huurwaarde van het onroerend goed. De onroerende voorheffing is samengesteld uit een gewestbelasting en uit provinciale en gemeentelijke opcentiemen. De op deze gewestbelasting te rekenen opcentiemen worden door de provincies en gemeenten zelf bepaald.

De verminderingen op de onroerende voorheffing zijn wettelijk bepaald.

1) Vooreerst bestaat er een vermindering van 25% op de onroerende voorheffing van de volledig door de eigenaar betrokken bescheiden woning. Als voorwaarde geldt dat het kadastraal inkomen van al zijn in België gelegen onroerende goederen maximum 745 euro mag bedragen.

2) Een vermindering van 50% op de onroerende voorheffing wordt verleend aan degene die een nieuw woonhuis heeft gekocht of doen bouwen zonder van een bouw- of kooppremie te hebben genoten, en voor zover voldaan is aan de voorwaarden van vermindering voor een bescheiden woning.

Deze vermindering geldt voor 5 jaar met ingang van het eerste jaar, waarvoor de onroerende voorheffing verschuldigd is, namelijk op één januari van het jaar volgend op de eerste ingebruikneming van de woning.

3) Een vermindering van onroerende voorheffing wordt toegestaan voor een gehandicapt persoon. Deze moet geen familielid zijn maar op het adres van de woning waarvoor de vermindering aangevraagd wordt wonen en volgens het bevolkingsregister deel uitmaken van het gezin.
De vermindering wordt automatisch toegekend. Er moet geen aanvraag worden ingediend.

4) Indien het gezin van de belanghebbende 2 of meer kinderen telt die in aanmerking komen voor kinderbijslag, dan heeft hij eveneens recht op een vermindering.
Deze vermindering wordt automatisch op het aanslagbiljet verrekend.

Al deze verminderingen worden beoordeeld naar de toestand op één januari van het betrokken aanslagjaar van de onroerende voorheffing en mogen worden samengevoegd; doch gelden slechts op één enkel onroerend goed.
Alhoewel sommigen van deze verminderingen ook voor de huurder gelden, moet het verzoek in principe gedaan worden door de eigenaar, vruchtgebruiker... van de woning.

5) Vermindering of vrijstelling van de onroerende voorheffing kan overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen worden bekomen in volgende gevallen:

a) wanneer een niet-gemeubeld onroerend goed, buiten de wil van de eigenaar, gedurende ten minste 90 dagen in hetzelfde kalenderjaar niet werd gebruikt en in die periode niets heeft opgebracht, ondanks alle pogingen van de eigenaar: het te huur of te koop staan is op zich onvoldoende.

b) wanneer een gebouwd of ongebouwd onroerend goed door een buitengewone gebeurtenis (b.v. brand, overstroming) is beschadigd en de schade minstens 25% van het K.I. bedraagt, behoudens opzettelijke beschadiging.
Dit alles dient bewezen te worden door de eigenaar.
Deze proportionele verminderingen moeten worden aangevraagd.

Voor de specifieke voorwaarden moet telkens de betrokken regionale wetgeving worden nagegaan.

6) In Vlaanderen kon voor aanvragen tot en met 2012 een vermindering van 20% of 40% bekomen worden voor energiezuinige nieuwbouwwoningen.
Vanaf 2013 geld er zelfs een vermindering van 50% of 100%, naargelang de energiezuinigheid van de nieuwbouwwoning.

Deze vermindering wordt automatisch toegestaan zonder dat de belastingplichtige administratieve formaliteiten moet vervullen.