64 De huurwaarborg bij het afsluiten van een huurcontract.

Sinds jaren is het gebruikelijk (maar niet verplicht) dat de huurder bij het afsluiten van een huurovereenkomst een zekere som betaalt als waarborg voor de goede uitvoering van zijn verplichtingen tegenover de verhuurder.

Het bedrag van deze waarborg is doorgaans gelijk aan enkele maanden huur; de waarborg wordt gesteld hetzij door overschrijving op een rekening; storting in speciën, afgifte van effecten, of ook onder vorm van een bankgarantie.

De wet voorziet thans dat voor alle huurovereenkomsten, die betrekking hebben op een woning die de huurder tot hoofdverblijfplaats dient, de waarborg - indien die tenminste is voorzien in de huurovereenkomst en indien die bestaat uit een som geld - moet geplaatst worden op een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder: bv. een spaarboekje, termijnrekening, enz. en hoogstens met 2 maanden huur mag overeenstemmen.

De waarborgsom kan vanaf dat ogenblik slechts afgehaald worden (geheel of zelfs gedeeltelijk) mits akkoord (handtekening) van huurder èn verhuurder.
De intresten op die rekening worden jaarlijks bij de hoofdsom gevoegd (gekapitaliseerd) en dienen als -indexatie - van de waarborgsom die aldus haar werkelijke waarde behoudt. Er is ook de mogelijkheid voor een bankwaarborg die het de huurder mogelijk maakt de huurwaarborg in schijven te betalen, of een bankwaarborg met tussenkomst van het OCMW. In dergelijk geval mag de waarborg maximaal 3 maanden huur bedragen. Partijen kunnen evenwel overeenkomen andere vormen van huurwaarborg te stellen: dan is men niet beperkt tot het maximum van 2 maanden!

Indien bij het einde van de huur de huurder aan al zijn verplichtingen heeft voldaan, wordt de waarborgsom hem teruggegeven samen met de intresten. In het tegenovergestelde geval kunnen huurder en verhuurder in onderling akkoord bepalen welk bedrag de verhuurder toekomt als vergoeding voor bepaalde tekortkomingen. Mits de handtekening van beide partijen kan de waarborgsom volgens hun overeenkomst onmiddellijk worden uitbetaald.

Indien partijen het niet eens kunnen worden over het bedrag of zelfs over het bestaan van schade, dient de zaak voorgelegd aan de Vrederechter die uitspraak zal doen over de grond van de zaak en terzelfdertijd ook over de verdeling van de waarborgsom.