14 Welke zijn de oprichtingsvoorwaarden voor een BVBA?

De Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid is ondanks het feit dat er thans ook rechtspersonen aan kunnen deelnemen, nog altijd de vennootschapsvorm bij uitstek waar men een 'kleine' handelsactiviteit of een familiale onderneming kan in onder brengen, en tegelijkertijd zijn aansprakelijkheid kan beperken tot het ingebrachte kapitaal.

Een BVBA kan worden opgericht door één of meerdere personen, door één echtgenoot of twee echtgenoten samen, ongeacht hun huwelijksstelsel.
De lidmaatschapsrechten verbonden aan aandelen, waarvan de vermogenswaarde gemeenschappelijk is, zijn eigen aan die echtgenoot op wiens naam de aandelen zijn ingeschreven.

Indien iemand de enige vennoot is van een bestaande BVBA, verliest hij het voordeel van de beperkte aansprakelijkheid en wordt hij mee aansprakelijk voor de schulden van al de latere BVBA's waarin hij enige vennoot is.

Het kapitaal van de BVBA, waarvoor volledig moet zijn ingeschreven, bedraagt vanaf de oprichting minstens 18.550 euro, en wordt vertegenwoordigd door aandelen op naam, met of zonder aanduiding van nominale waarde, die worden ingeschreven in een register van aandelen. De inschrijving in dit register vormt het bewijs van het statuut als vennoot en als eigenaar. Het kapitaal wordt gevormd ofwel door inbreng in geld, ofwel door inbreng in natura. In dit laatste geval dient er een bedrijfsrevisor te worden aangesteld die deze operatie zal controleren op haar waarachtigheid. Het gehele kapitaal dient evenwel niet volgestort te worden. Het is voldoende dat op elk aandeel 20 % wordt betaald, met een globaal minimum evenwel van 6.200 euro. Wordt de BVBA éénhoofdig opgericht dan bedraagt het minimaal te volstorten bedrag bij de oprichting evenwel 12.400 euro. Bij inbreng in geld zal die storting moeten bewezen worden door een bankattest waaruit blijkt dat die gelden ter beschikking staan van de vennootschap in oprichting. Bij inbreng in natura moet de inbreng volledig zijn volgestort, en zal een en ander moeten bevestigd worden door een verslag van een bedrijfsrevisor.

De Wetgever heeft gemeend de oprichters van een vennootschap tot voorzichtigheid te moeten aanmanen, en te bestraffen op voortvarendheid.
Zo moeten de oprichters een financieel plan voorleggen dat de verwachte in- en uitgaven over de eerste twee jaren van het bestaan van de vennootschap raamt. Indien de vennootschap failliet wordt verklaard binnen de drie jaar na haar oprichting bij gebrek aan voldoende kapitaal, kunnen haar oprichters persoonlijk aansprakelijk worden gesteld tot betaling van de schulden van de vennootschap. Bezinnen vooraleer te beginnen is dus de boodschap. In bepaalde gevallen kan het zinvol zijn met een hoger kapitaal van start te gaan dan het strikte wettelijke minimum.