4 Verklaring van niet-beslagbaarheid woning-hoofdverblijfplaats zelfstandige

Eén van de nadelen van een zelfstandige is de aansprakelijkheid die hij loopt in het kader van zijn zelfstandige beroepsactiviteit. Bestaat er een mogelijkheid om zich hiertegen te beschermen?

Er bestaat een specifieke regeling die ervoor zorgt dat de zelfstandige zijn woning-hoofdverblijfplaats kan veilig stellen tegen beslag vanwege schuldeisers. Concreet betekent dit dat er geen beslag kan gelegd worden op het onroerend goed waar de zelfstandige zijn hoofdverblijfplaats heeft.
Met hoofdverblijfplaats bedoelt men de plaats waar men als gezin of als alleenstaande gewoonlijk leeft. Het is de feitelijke situatie die telt.

Wie kan allemaal van die regeling genieten?

Dit staat open voor alle natuurlijke personen die zelfstandige zijn. Dus deze die in België een beroepsbedrijvigheid uitoefenen waarbij ze niet aan een arbeidsovereenkomst of statuut onderworpen zijn. Concreet zijn dit dus: handelaars, ambachtslui en titularissen van vrije beroepen. Maar ook bestuurders en zaakvoerders kunnen van deze bescherming genieten voor de professionele schulden in de uitoefening van hun zelfstandige activiteit van zaakvoerder of bestuurder. De niet-beslagbaarheid geldt ook voor zelfstandigen in bijberoep en gepensioneerde zelfstandigen die nog beroepsactiviteiten na pensioen uitoefenen.

Eens men inderdaad aan de voorwaarden voldoet, wat moet die zelfstandige  hiervoor dan concreet doen opdat er geen beslag kan worden gelegd op zijn woning?

Hij moet een notariële akte laten opmaken waarin hij dergelijke verklaring van onbeslagbaarheid aflegt. In deze akte zal de notaris een gedetailleerde beschrijving van de woning-hoofdverblijfplaats geven. Indien de zelfstandige gehuwd is, moet de echtgenoot of echtgenote tussenkomen in de akte.

Wat wanneer de zelfstandige zijn woning ook gebruikt voor zijn beroep? Kan hij in dit geval ook nog van die bescherming genieten?

Bij gemengd gebruik van de woning – d.i. deels privé en deels professioneel - moet men een duidelijke aanduiding van het privégedeelte en van het beroepsgedeelte vermelden in de akte. Hier moet een onderscheid gemaakt worden:
- als de beroepsoppervlakte minder dan 30% beslaat: is heel het onroerend goed onbeslagbaar
- als de beroepsoppervlakte 30% of meer bedraagt, kan alleen het stuk privégedeelte onbeslagbaar worden verklaard, niet het stuk dat slaat op het beroepsgedeelte. Hiervoor moet de notaris dan eerst statuten van mede-eigendom opmaken waarin die opsplitsing juridisch wordt vastgelegd. Als de respectievelijke oppervlakte niet duidelijk is, zal hiervoor een landmeter-expert worden aangesproken die dit correct kan bepalen.

Eens de zelfstandige deze verklaring heeft afgelegd, tegen wie kan hij dan dit beschermingsstatuut inroepen?

Het geldt enkel voor schuldvorderingen die zijn ontstaan bij de beroepsbedrijvigheid van de zelfstandige (dus niet voor gewone aansprakelijkheidsschuld), en die ontstaan zijn na de verklaring. In ieder geval kan die verklaring nooit worden ingeroepen voor schulden die zijn ontstaan uit een misdrijf, zelfs al heeft het betrekking op de beroepsbezigheid en nooit voor schulden van gemengde aard (privé en beroeps).

____________________________________