0 Hoe verloopt de procedure van echtscheiding door onderlinge toestemming op de rechtbank?

Nadat de notariële regelingsakte is ondertekend, wordt de procedure op de rechtbank ingeleid bij verzoekschrift dat neergelegd wordt op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg waar de echtgenoten overeengekomen zijn de procedure te voeren. Bij het verzoekschrift worden volgende documenten gevoegd :

  • de uitgifte van de notariële akte(n);
  • de nodige administratieve documenten (o.m. uittreksel uit geboorte- en huwelijksakte, bewijs van nationaliteit,...)

De partijen dienen in principe één maal te verschijnen voor de rechtbank indien ze minder dan zes maanden gescheiden leven.

Binnen de maand na de neerlegging van het verzoekschrift zouden de echtgenoten, samen en in persoon (uitzonderlijk kan het ook bij volmacht), moeten verschijnen voor de voorzitter van de rechtbank. Naargelang de rechtbank wordt deze termijn min of meer nageleefd.

De voorzitter zal de echtgenoten vragen of zij hun overeenkomst handhaven en zal nagaan of de belangen van de kinderen niet worden miskend.

Echtgenoten zijn vrijgesteld van deze verschijning wanneer zij aantonen dat zij op het ogenblik waarop het verzoekschrift is neergelegd al meer dan 6 maanden feitelijk gescheiden leven. In dit geval kan de procedure volledig schriftelijk gebeuren.

Binnen dertig dagen kunnen zowel de echtgenoten als het openbaar ministerie beroep aantekenen tegen de uitspraak.
Is er geen beroep aangetekend, dan is het vonnis in kracht van gewijsde gegaan.
Vanaf dan is de echtscheiding definitief tussen de gewezen echtgenoten.

De griffier stuurt -nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan- binnen één maand een uittreksel van het beschikkend gedeelte van het vonnis naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk voltrokken werd, met verzoek tot overschrijving in het register van de burgerlijke stand.

Pas na deze overschrijving, waarvoor de ambtenaar één maand tijd heeft, zal de echtscheiding tegenstelbaar zijn aan derden.