4 De samenwoning beƫindigen: wat gebeurt er met onze tontine?

Tontine was een vaak gebruikte techniek bij een samenwonend koppel. Daarbij werd een onroerend goed door beiden in onverdeeldheid gekocht. Wanneer de ene sterft kwam zijn deel toe aan de andere partner. De langstlevende werd de uiteindelijke eigenaar van het onroerend goed. Wie de langstlevende werd  wist men echter niet, vandaar dat tontine een “kanscontract” is.

Op burgerlijk vlak heeft tontine als gevolg dat een samenwoner de volle eigendom kan verkrijgen van een goed. Voor wettelijke samenwoners en gehuwden betekent dit een uitbreiding van de wettelijke bescherming (echtgenoten en wettelijke samenwoners krijgen volgens de wet immers enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning). Op fiscaal vlak betaalt de langstlevende samenwoner geen erfbelasting, want het goed komt niet in de nalatenschap. Er dienen wel registratierechten betaald te worden. In het Vlaams gewest, is dat 10 % op het deel van de erflater,  zodat deze techniek  nog heel weinig wordt toegepast.

Het is dus van groot belang dat het aanwasbeding  wordt herlezen om ze eventueel te laten schrappen.  De formulering  is in de loop der jaren gewijzigd vooral op de manier waarop er een einde aan kan worden gemaakt.  Vaak werd ze geformuleerd  met een bijzonder statuut zodat men verzaakte aan het recht om op elk ogenblik uit de onverdeeldheid te treden.  Naargelang de formulering zal blijken  als bij feitelijke scheiding , de verzaking nog geldt zodat  één van de partners de verdeling  terug kan vorderen.

Wie ze toch wil behouden zal de zeker laten voorzien van de optiemogelijkheid,  zodat de langstlevende ze kan toepassen maar daar niet toe verplicht is. Waarom zou men ze dan toch behouden als er 10 % registratierechten moeten worden betaald, terwijl de langstlevende samenlever niets moet betalen aan erfrechten. Voor het geval er kinderen zijn , zullen de kinderen het deel van de erflater erven in naakte eigendom, zodat de langstlevende het huis niet zomaar kan verkopen.  Als de kinderen minderjarig zijn, moet de langstlevende het akkoord verkrijgen van de vrederechter om zijn huis te verkopen. In dat geval kan hij nog eisen dat het deel van de kinderen wordt vastgezet tot ze meerderjarig zijn. Om deze reden zou de langstlevende kunnen verkiezen om het deel van zijn overleden partner helemaal  te verkrijgen, mits de betaling van de registratierechten.

En als we beslissen om te trouwen, is het beding dan nog nuttig?

Is er sprake van een huwelijk? Dan kan een tontinebeding fiscaal oninteressant worden. Tontinebedingen beschermen immers feitelijke samenwoners op fiscaal vlak, maar niet zozeer de wettelijke samenwoners en echtgenoten. Deze genieten sinds 2007 immers van een ruime bescherming, die zich vertaalt in een lage erfbelasting én een vrijstelling van erfbelasting voor de gezinswoning. Bij tontine moet  echter wel nog steeds een registratiebelasting betaald worden, en dit valt meestal duurder uit. Ondanks dit fiscaal gegeven kan tontine op burgerlijk vlak wel een grotere zekerheid geven: tontine geeft de langstlevende immers de volle eigendom, en niet enkel het vruchtgebruik. In die zin heeft een tontinebeding ook gevolgen voor de erfgenamen van de overledene!

Vaak is een bezoek aan de notaris nuttig bij overeenkomsten met oudere tontinebedingen. Doorheen de jaren heeft het tontine beding immers een “upgrade” gekend. Meestal gebruiken notarissen vandaag een optioneel tontinebeding. De voordelen blijven: echtgenoten kunnen elkaar nog steeds bevoordelen door de volle eigendom aan elkaar toe te laten komen, maar de langstlevende kan ook kiezen om af te zien van de tontine als dit hem of haar beter uitkomt, om welke reden ook.  

Een tontinebeding biedt vandaag nog steeds een grote zekerheid. Het kan immers, in tegenstelling tot een testament, niet eenzijdig beëindigd worden. Bovendien krijgt de langstlevende de volle eigendom, en niet enkel het vruchtgebruik. Maar voor wettelijke samenwoners en echtgenoten is het beter om naar de notaris te stappen om het tontinebeding om te zetten in een optioneel beding. Op deze manier kan de langstlevende bij overlijden van zijn of haar partner zelf berekenen wat hem of haar fiscaal het voordeligste uitkomt.