Zo berekent de fiscus de waarde van het vruchtgebruik

De fiscus bedacht een bijzondere methode om de waarde van het vruchtgebruik te berekenen. Het vruchtgebruik wordt forfaitair geraamd op 4% van de waarde van het goed in volle eigendom. Deze 4% wordt vervolgens vermenigvuldigd met een bepaalde coëfficiënt in functie van de leeftijd van de vruchtgebruiker.

De berekeningsformule:
waarde volle eigendom x 4 % (theoretisch rendement) x coëfficiënt (volgens leeftijd) = forfaitaire waarde vruchtgebruik

De tabel uit artikel 2.7.3.3.2 van het VCF ziet er als volgt uit:

Leeftijd vruchtgebruiker bij overlijden erflater Omzettings-coëfficiënt Waarde vruchtgebruik in %
20 jaar of minder 18 72
van 20 tot 30 jaar 17 68
van 30 tot 40 jaar 16 64
van 40 tot 50 jaar 14 56
van 50 tot 55 jaar 13 52
van 55 tot 60 jaar 11 44
van 60 tot 65 jaar 9,5 38
van 65 tot 70 jaar 8 32
van 70 tot 75 jaar 6 24
van 75 tot 80 jaar 4 16
meer dan 80 jaar 2 8
 

Opgelet, deze tabel wordt niet alleen gebruikt voor de langstlevende echtgenoot, maar geldt ook voor alle andere erfgenamen die vruchtgebruik erven.
Deze tabel is behoorlijk rigide en verouderd. Toch gebruikt de fiscus deze tabel voor de berekening van de erfbelastingen. De notaris maakt voor de latere vereffening en verdeling van de erfenis vaak gebruik van meer actuele en nauwkeurige tabellen, bijvoorbeeld de sterftetabellen-Ledoux.