Erfbelasting uitsparen via schenking

Een schenking tijdens het leven kan een aardige belastingbesparing opleveren op het vlak van de erfbelasting. Hoe? Het principe is eenvoudig. De tarieven van de erfbelasting zijn progressief. Ze nemen bijgevolg toe naarmate het op het sterfbed nagelaten vermogen groter is. Men komt dus in de successie in hogere tariefschijven terecht als het vermogen belangrijker wordt. Men zou er dus kunnen voor zorgen dat het vermogen bij overlijden minder groot is.

 

De schenking reikt hier de ideale oplossing aan. Alles wat men tijdens het leven wegschenkt behoort niet langer tot het belastbaar actief op het ogenblik van het overlijden. Op die manier doorprikt men de progressiviteit van de erfbelasting en kan men een forse besparing realiseren. (Het realiseren van de belastingbesparing op het vlak van de erfbelasting hoeft voor de schenker niet noodzakelijk gepaard te gaan met inkomstenverlies; zie de besproken mogelijkheid om te schenken met voorbehoud van vruchtgebruik).

 

Voorbeeld 1

Een weduwnaar, woonachtig in Vlaanderen, heeft één dochter en bezit een onroerend patrimonium met een waarde van € 600.000.
Het bevat vier onroerende goederen met een waarde van respectievelijk € 100.000, € 200.000, € 50.000 en € 250.000. Hij is 50 jaar.

 

Hypothese I: hij past de techniek van de driejaarlijkse schenkingen toe en wel als volgt:

  • op de leeftijd van 51 jaar schenkt hij het goed van € 100.000. De dochter betaalt: € 3.000 schenkbelasting
  • op de leeftijd van 54 jaar schenkt hij het goed van € 200.000. De dochter betaalt: € 9.000 schenkbelasting
  • op de leeftijd van 58 jaar schenkt hij het goed van € 50.000. De dochter betaalt: € 1.500 schenkbelasting
  • op de leeftijd van 62 jaar schenkt hij het goed van € 250.000 . De dochter betaalt: € 22.500 schenkbelasting

Er werd in totaal € 36.000 schenkbelasting betaald.

 

Hypothese II: hij blijft zijn leven lang op zijn vermogen zitten en laat bij zijn overlijden datzelfde vermogen na (dat hypothetisch gezien niet in waarde is gestegen, wat niet het geval is in de realiteit). De dochter betaalt dan een erfbelasting op een totaal van € 600.000, hetzij:

  • op een eerste schijf van € 50.000 = 3 % = € 1.500
  • op een tweede schijf van € 200.000 = 9 % = € 18.000
  • op het saldo, een schijf van € 350.000 = 27 % = € 94.500

Hetzij een totaal aan erfbelasting van € 114.000.

 

Besluit: gerealiseerde belastingbesparing

De belastingbesparing gerealiseerd in hypothese I bedraagt:
€ 114.000 – € 36.000 = € 78.000.

 

Bijkomende voorbeelden mbt. het uitsparen van erfbelasting via schenking, vindt u in de gelijknamige onderliggende rubriek.

 
 

Het uitsparen van successirechten via schenking geldt zowel voor onroerende goederen als voor roerende goederen.

Een onroerend vermogen schenkt men best in schijfjes - om de 3 jaar – weg omwille van de regel van het progressievoorbehoud in het schenkingsrecht.

Op roerend vermogen kan men op aanzienlijke wijze erfbelasting uitsparen via schenking.

Stel nu: u heeft een roerende of onroerende schenking gedaan tijdens uw leven, maar het noodlot slaat toe en u - de schenker - komt binnen de drie jaar na de schenking te overlijden.
Is de schenking dan een maat voor niets geweest? Smelt de gerealiseerde besparing dan weg als sneeuw voor de zon? Niet noodzakelijk. Alles hangt er van af of u een belastingvrije dan wel een belaste schenking deed, en in het laatste geval wat de aard van het goed was dat u wegschonk. Dit wordt in de volgende rubriek besproken.